Cursus inleiding

×

Waarschuwingsbericht

De cursus loopt op 22 oktober 2019 af.
Unrestricted educational grant
Pfizer B.V. en Bristol-Myers Squibb B.V.

Nieuwe antistollingsmiddelen in de huisartspraktijk

Informatie: 

De e-learning Nieuwe antistollingsmiddelen in de huisartspraktijk gaat in op het belang van het toepassen van antistollingsmiddelen in de huisartspraktijk bij het ziektebeeld atriumfibrilleren. De Nederlandse bevolking wordt steeds ouder en dit gaat gepaard met de toename van een aantal gezondheidsproblemen, waaronder atriumfibrilleren. Om een beroerte, een mogelijke complicatie van atriumfibrilleren, te voorkomen kunnen orale antistollingsmiddelen worden toegepast. De inhoud van deze cursus richt zich op het ziektebeeld atriumfibrilleren en op de kenmerken en werkingsmechanismen van de diverse beschikbare antistollingsmiddelen. Met name de NOAC’s (Niet vitamine-K-antagonisten Orale AntiCoagulantia) worden hier besproken. U krijgt praktische adviezen voor verschillende situaties waarin u te maken kunt krijgen met specifieke vragen rondom antistolling. Tevens wordt aandacht besteed aan het gebruik van antistolling bij ingrepen in de eerste lijn. Door middel van casuïstiek wordt u in de materie meegenomen.

 

Preview

 

Inhoud

  • Inleiding
  • Inventarisatiecasus
  • Atriumfibrilleren
  • De CHA2DS2-VASc score
  • Behandeling met antistollingsmiddelen
    • Werkingsmechanisme antistollingsmiddelen
    • Geen plaats voor acetylsalicylzuur bij AF
    • De farmacokinetiek van de NOAC’s
    • Indicaties en doseringen van de NOAC’s
    • Keuzehulp NOAC’s
  • Therapietrouw
    • Therapietrouw bij het gebruik van de NOAC’s
  • NOAC’s in de praktijk
    • Overstappen van een VKA naar een NOAC
    • Belangrijke aspecten bij het starten van een NOAC
    • Het informeren van de patiënt
    • Bloedingen tijdens NOAC-gebruik
  • Bespreken van de inventarisatiecasus
  • Conclusie
  • Eindtoets
  • Literatuuropgave

Accreditatie

De cursus is bedoeld voor de volgende doelgroep:

  • Huisartsen

Deze nascholing is door ABC1 geaccrediteerd voor 2 punten.
Om de accreditatiepunten te krijgen, moet u een voldoende score behalen voor zowel de toetsvragen tijdens de cursus als de eindtoets (70% van de vragen correct beantwoorden). Uw accreditatiepunten worden automatisch bijgeschreven in uw GAIA-dossier.

 

Cursusinformatie

De cursusinhoud wordt afgewisseld met verschillende soorten vragen:

  • Reflectievragen; deze staan vaak aan het begin van een hoofdstuk en zijn bedoeld om u vast te laten nadenken over de stof.
  • Open vragen; deze worden gesteld om te kijken of u de inhoud begrepen heeft en deze in uw eigen woorden kunt weergeven.
  • Inventarisatievragen; hiermee krijgt u een beeld van uw huidige kennis. Aan het einde van de cursus krijgt u deze vragen nogmaals te zien, maar dan met de antwoorden van de auteur erbij. U kunt dan zien wat u van deze cursus heeft geleerd.
  • Toetsvragen; aan de hand van deze vragen wordt u getoetst op de inhoud.

De reflectie- en inventarisatievragen en de open vragen tellen niet mee voor uw uiteindelijke score. Op reflectievragen komt geen feedback, op open vragen wel. Toetsvragen kunt u twee keer beantwoorden, maar alleen het eerst gegeven antwoord telt mee voor uw score.

De eindtoets bestaat uitsluitend uit toetsvragen.

 

Werkwijze

In deze e-learning wordt gebruikgemaakt van weblectures. Dat betekent dat de auteur de leerstof aan de hand van een PowerPointpresentatie presenteert. Tekst en videofragmenten worden afgewisseld met toetsvragen.

Om de videofragmenten goed te kunnen zien, wordt aanbevolen om:

  • High definition (HD) aan te zetten;
  • De presentatie te vergroten naar full screen (met de vier pijltjes);
  • Het geluidsniveau te bepalen (met de verticale streepjes).

De gehele cursus neemt ongeveer 2 uur in beslag.

 

Leerdoelen: 

Na deze cursus weet u:

  • in welke situaties de huisarts te maken kan krijgen met antistolling
  • wat de risicofactoren zijn voor atriumfibrilleren
  • wat de prevalentie is van atriumfibrilleren
  • hoe de CHA2DS2-VASc-score bepaald moet worden
  • wat het werkingsmechanisme is van de diverse antistollingsmiddelen
  • wat de eigenschappen zijn van de verschillende NOAC’s
  • wat de indicaties en doseringen zijn voor het voorschrijven van een NOAC
  • wat de verschillen zijn m.b.t. effectiviteit en veiligheid tussen de VKA en de NOAC’s
  • wat de resultaten zijn van de diverse (registratie)studies
  • wat de criteria zijn om tot een keuze voor een bepaalde NOAC te komen
  • in welke gevallen een aanpassing van de dosering van de NOAC nodig is
  • wat de contra-indicaties zijn van de NOAC’s
  • wat de interacties zijn van de NOAC’s
  • hoe de huisarts het NOAC-gebruik bij de patiënt moet monitoren
  • wanneer en hoe een patiënt kan overstappen van een VKA naar een NOAC
  • wat er moet gebeuren wat betreft het optreden van spontane bloedingen bij het gebruik van antistolling
  • wat er moet gebeuren wat betreft antistolling bij ingrepen in de eerste lijn
  • hoe het traject verloopt bij een patiënt die een NOAC krijgt voorgeschreven
Auteur(s): 

drs. P. Smits
huisarts, kaderarts hart- en vaatziekten

drs. M.R.S. Tjon-A-Tsien
huisarts, kaderarts hart- en vaatziekten
Accreditatie instituut: 
ABC1