Cursus inleiding

Unrestricted educational grant
Pfizer B.V. en Bristol-Myers Squibb B.V.

Antistolling in de praktijk

Informatie: 

De e-learning ‘Antistolling in de praktijk’ bespreekt het belang van het toepassen van antistollingsmiddelen in de praktijk.
Ongeveer 500.000 mensen in Nederland gebruiken orale antistollingsmiddelen. Een groot aantal van deze patiënten moet deze middelen de rest van hun leven blijven gebruiken.
Deze nascholing gaat nader in op atriumfibrilleren (AF), cerebrovasculair accident (CVA of beroerte) en trombose en welke orale antistollingsmiddelen beschikbaar zijn voor deze indicaties. De nadruk ligt op de meest voorgeschreven middelen: de coumarines of VKA’s en de relatief nieuwe NOAC’s, ook wel DOAC’s genoemd.
Een belangrijk deel van deze nascholing gaat bovendien in op de vraag hoe u, als verpleegkundig specialist (cardiologie) of cardiovasculair verpleegkundige, deze patiënten het best kunt begeleiden. Het uiteindelijke doel van deze nascholing is dat u in de dagelijkse praktijk beslagen ten ijs komt om alle patiënten die orale antistolling gebruiken, vakkundig te begeleiden.

De leerstof wordt deels tekstueel en deels in de vorm van weblectures gepresenteerd. De leerstof wordt afgewisseld met toetsvragen en casuïstiek.

Inhoud

  • Toepassing antistollingsmiddelen
    • Bescherming bij AF
    • Bescherming bij een kunstmatige hartklep
    • Behandeling van diep veneuze trombose en longembolie
    • Postoperatieve tromboseprofylaxe na totale heup- of knieprothese
    • AF-poli’s in Nederland
  • Risico’s van antistolling bij AF
    • De CHA2DS2-VASc score
    • DE HAS-BLED SCORE
  • Behandeling van AF
    • Cardioversie
    • Antistollingsmiddelen
      • VKA's
      • NOAC's
      • Antidotum
      • Kosten
  • Therapietrouw bij NOAC-gebruik
  • Protocollen bij NOAC’s
  • Regionale situatie NOAC’s
  • Contra-indicaties voor het gebruik van NOAC’s
  • Literatuuropgave

Accreditatie
De cursus is voor 2 punten geaccrediteerd door de V&VN en VSR en is bedoeld voor de volgende doelgroepen:

  • Verpleegkundigen
  • Verpleegkundig specialisten

Om accreditatiepunten te krijgen, moet u 60% van de vragen correct beantwoorden. Het eerst gegeven antwoord telt mee voor uw score.
Uw accreditatiepunten worden automatisch bijgeschreven.

Cursusinformatie
De cursusinhoud wordt afgewisseld met verschillende soorten vragen:

  • reflectievragen; deze staan vaak aan het begin van een hoofdstuk en zijn bedoeld om u vast te laten nadenken over de stof.
  • open vragen; deze worden gesteld om te kijken of u de inhoud begrepen heeft en deze in uw eigen woorden kunt weergeven.  
  • toetsvragen; aan de hand van deze vragen wordt u getoetst op de inhoud.

De reflectievragen en de open vragen tellen niet mee voor uw uiteindelijke score. Op reflectievragen komt geen feedback, op open vragen wel. Toetsvragen kunt u twee keer beantwoorden, maar alleen het eerst gegeven antwoord telt mee voor uw score.

De gehele cursus neemt ongeveer 2 uur in beslag.

Leerdoelen: 

Na afloop van deze e-learning:

  • bent u op de hoogte van de meest voorkomende situaties waarin antistolling wordt toegepast;
  • kent u de beschikbare antistollingsmiddelen die voor het dagelijks werk van de verpleegkundig specialist (cardiologie) en cardiovasculair verpleegkundige van belang zijn;
  • bent u op de hoogte van het gebruik en de voor- en nadelen van de veelgebruikte antistollingsmiddelen;
  • weet u hoe u de CHA2DS2-VASc score moet bepalen en interpreteren;
  • weet u hoe u de HAD-BLED score moet bepalen en interpreteren;
  • kunt u (voor zover van toepassing) patiënten begeleiden die coumarines gebruiken en die zelfstandig hun antistolling (gaan) regelen;
  • bent u op de hoogte van de diverse protocollen die ingaan op het gebruik van de NOAC’s;
  • kunt u patiënten begeleiden die NOAC’s (gaan) gebruiken.
Auteur(s): 

M. Baan-Adema
NOAC-verpleegkundige
Reviewer(s): 

drs. O. Ouwendijk
huisarts
Accreditatie instituut: 
Kwaliteitsregister V&V, VSR